Zorg voor leerlingen met specifieke behoeften

Ieder kind krijgt de zorg die het nodig heeft. Wanneer er problemen zijn, wordt met extra aandacht naar uw zoon/dochter gekeken. Ook wanneer er leerlingen zijn die aanmerkelijk meer kunnen, bieden we extra zorg. Er wordt door de groepsleerkracht en de intern begeleider besproken wat er gedaan moet worden. Deze speciale hulp kan bestaan uit het afnemen van toetsen, het verder diagnosticeren van het probleem, het maken van observaties, het bespreken van de mogelijkheden met een begeleider vanuit een speciale school voor basisonderwijs of vanuit de samenwerkingsverband 'Zeeluwe'. Over deze speciale hulp wordt altijd met de ouders overlegd en van alle activiteiten wordt een verslag gemaakt.
Binnen deze speciale zorg kan er door de leerkrachten en intern begeleider gekozen worden voor:
- het minimaliseren c.q. maximaliseren van de leerstof
- het maken van aanpassingen in de leerstof
- het werken met handelingsplannen en/of eigen leerlijn
Tijdens een dergelijk proces kunnen we, afhankelijk van de situatie, verschillende personen/instanties/bronnen inschakelen, zoals interne begeleiding (IB), orthotheek, schoolarts, huisarts, Schoolbegeleidingsdienst, GGD Gelre-IJssel, logopedist, CJG, etc.
In het kader van begeleiding van leesproblemen bij leerlingen heeft  het expertisecentrum Nederlands voor alle scholen een protocol leesproblemen geschreven. Dit gebeurde in twee fasen. Eerst werden de groepen 1-4 onder de loep genomen en later kwamen groep 5-8 aan de beurt. In de twee dikke handleidingen staan aanbevelingen voor leerkrachten om zo goed mogelijk problemen met betrekking tot lezen en spelling te signaleren en te behandelen. Wij hebben op school afgesproken dit protocol te volgen en de handreikingen serieus te nemen omdat blijkt dat veel kinderen problemen hebben bij het leren lezen en spellen. Er is een dyslexie-volgdocument samengesteld door Centraal Nederland, waarin de stappen worden beschreven als er leesproblemen of zelfs dyslexie aan de orde is.
Als het vermoeden van dyslexie aanwezig is zal de leerkracht dit Dyslexie Volg Document gebruiken om in samenwerking met Educare (leerlingbegeleider-orthopedagoog Merie Boers) voor de leerling een dyslexieverklaring te krijgen.
Een dyslexieverklaring is nodig om voor speciale hulpmiddelen en lees/spellingondersteuning in het voortgezet onderwijs in aanmerking te komen.
We beginnen zo vroeg mogelijk met hulp en interventies en starten na groep 3 het werken met het protocol op als het vermoeden van lees- en spellingproblemen duidelijker wordt.
Als er sprake is van ernstige enkelvoudige dyslexie is er een mogelijkheid tot vergoed onderzoek en behandeling door de zorgverzekeraar. Meer informatie vindt u op https://www.putten.nl/Inwoners/Jeugd_Onderwijs_Kinderopvang/Jeugd/Gespecialiseerde_dyslexiezorg.
Zitten blijven en versneld doorstromen
De school tracht een ononderbroken leerroute voor leerlingen te organiseren. Dit wil zeggen dat leerlingen vanaf hun vierde jaar in acht jaren de leerstof aangeboden krijgen en verwerken. De dagelijkse praktijk wijst uit dat dit, om diverse redenen, voor een aantal kinderen geen haalbare of wenselijke zaak is. In dit geval kan de school, in overleg met de ouders, besluiten van deze ononderbroken leerroute af te wijken. De leerkracht zal van dit gesprek een verslag schrijven, waarin de gegevens van de school en ouders worden opgenomen. Leerlingen kunnen dus doubleren, maar ook een versnelde leerweg is mogelijk. Dit besluit wordt op onze school genomen in overleg met alle betrokkenen.
Als criteria voor doublure gelden:
  1. sociaal-emotionele overwegingen,
  2. de leervorderingen, die op meerdere terreinen ver achterblijven, en
  3. de verwachting dat een extra jaar zijn vruchten zal afwerpen.
Als criteria voor een versnelde route gelden:
     a. sociaal- emotionele overwegingen,
     b. de leervorderingen, die op meerdere terreinen ver vooruit zijn,
     c. de uitslag van een intelligentieonderzoek.
Meer- en hoogbegaafdheid
Begaafde leerlingen hebben door hun specifieke leer- en persoonlijkheidseigenschappen onder andere behoefte aan een versneld en verrijkt onderwijsaanbod, aan tijd om eigen onderwerpen te bestuderen en behoefte om tijd door te brengen met leerlingen van een gelijk intellectueel niveau. Naast deze aspecten is het belangrijk dat tijd wordt gemaakt om met deze leerlingen te praten over hun capaciteiten, hun manier van denken en hun zorgen. Het is van belang om de strategie van benaderen en de activiteiten aan te passen en de leerling zelf ook bewust te maken wat het betekent om (hoog)begaafd te zijn. 
In het algemeen hanteren wij op de Pelikaan het begrip begaafde kinderen als we het hebben over kinderen die opvallen door hun prestaties en die bepaalde leer- en persoonlijkheidseigenschappen laten zien:  kinderen met een goed geheugen die grote leer en denkstappen kunnen maken en een groot probleemoplossend vermogen hebben. De persoonlijkheidseigenschappen die we bij deze kinderen tegenkomen in verschillende combinaties zijn: taalvaardigheid, creatief oplossend vermogen, houdt van uitdagingen, heeft een groot doorzettingsvermogen, heeft behoefte aan een hoge mate van autonomie en beschikt over het vermogen tot zelfreflectie. Daarnaast zijn deze kinderen geestelijk vroegrijp en sociaal competent. Daarnaast beschikken deze kinderen over een analytisch vermogen en zijn in straat nieuwverworven kennis snel toe te passen.  Er is ook een groep kinderen dat een talent heeft op een vakgebied. Ze tonen daarbij een bijzondere beheersing van de aangeboden stof en laten zien dat zij zich op dit gebied complexe zaken relatief eenvoudig eigen kunnen maken. Het zijn de kinderen die het plezier in het werkaanbod op dit vakgebied vaak direct laten merken.
Het onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen op onze school richt zich op drie domeinen: leren leren, leren denken en leren leven. Hiermee wordt recht gedaan aan de specifieke leerbehoeften van begaafde leerlingen. Bij het leren leren gaat het om het ontwikkelen van een goede werkhouding, ze leren te werken volgens een plan en ze leren verschillende leerstrategieën in te zetten om informatie te verwerven en op te slaan. Reflecteren op het eigen leergedrag is erg belangrijk bij het proces van leren leren. Bij het leren denken gaat het om het ontwikkelen van en reflecteren op hogere denkvaardigheden: analytisch denken, creatief denken en kritisch denken. Bij het leren (voor het) leven gaat het om het ontwikkelen van kennis, houding, en vaardigheden op het intra persoonlijke en interpersoonlijke gebied. Inzicht in jezelf en goed kunnen omgaan met anderen vormen de basis voor een leven lang leren.
Op onze scholen maken wij gebruik van eenzelfde entreeformulier, waarbij wij de informatie die we van de ouders krijgen als zeer belangrijk kwalificeren. Ouders zijn de eersten die een ontwikkelingsvoorsprong kunnen aangeven. In groep 4 en 6 wordt de Niet-Schoolse Cognitieve Capaciteitentest (NSCCT) afgenomen. Hieruit wordt o.a. een indicatie gegeven van het IQ. Wij werken op de Pelikaan verder met het Digitaal Handelingsprotocol voor Hoogbegaafden. Dit is een signaleringsinstrument om begaafde leerlingen in zicht te krijgen. Hiervoor nemen we in groep 1 rond de herfst, in groep 3 begin februari en aan het einde van groep 5 de zogenaamde QuickScan af. Dit is een kijklijst die de leerkracht invult en leerlingen met bepaalde leer- en persoonlijkheidseigenschappen opmerkt
Speciale aandacht in alle groepen is er voor de volgende kinderen:
  • Kinderen die gediagnosticeerd zijn met een IQ van 120 en hoger.
  • Kinderen die op de Cito-toetsen gedurende een langere periode A-scores behalen op rekenen, spelling en begrijpend lezen.
  • Kinderen die weinig instructiebehoefte hebben, zelfstandig kunnen werken en indien nodig om hulp komen vragen.
  • Kinderen die weinig behoefte hebben aan herhaling om zich de nieuwe kennis en vaardigheden eigen te maken.
  • Kinderen die een hoog werktempo hebben en een hoge mate van concentratie gedurende langere tijd.
  • Kinderen die al of niet faalangstig zijn of die minder goed presteren dan op grond van hun leer- en persoonlijkheidseigenschappen verwacht mag worden (onderpresteerders).
De plannen worden altijd gemaakt door de leerkracht of de specialist in overleg met de intern begeleider. Als school vinden we intensief overleg met en betrokkenheid van ouders bij deze vraagstukken van het grootste belang voor een goede schoolloopbaan van het kind.